Gemeente-special #6: Podiumkunsten, gemeenten als podia
datum 25 Feb 2022 geplaatst door Redactie

Gemeente-special #6: Podiumkunsten, gemeenten als podia

 

Optredens van dans, muziek, opera en theater laten ons samen lachen, huilen, nadenken over ons eigen leven en dat van anderen. Daarom beperken de meeste overheden zich niet tot het motto van een der kabinetsleden: ‘zet maar een dvd-tje op’, thuis en in je eentje. In de culturele keten interesseren-leren-produceren-presenteren subsidiëren het Rijk en het Fonds Podiumkunsten met name de professionele producties. De gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor de presentaties op en door de podia. Om cultuur breed onder de bevolking zichtbaar te maken beschouwen steeds meer lokale overheden daarnaast ook ‘de stad als podium’. Voorts belichten we in dit artikel actuele beleidsaanbevelingen voor de post-coronaperiode o.a. vanuit de Podiumkunsten Alliantie. 

Het Rijk subsidieert met name grotere professionele dans-/opera-/theatergezelschappen en symfonie-orkesten/muziekensembles oftewel de productie met een bedrag van ongeveer € 150 miljoen per jaar. Het Fonds Podiumkunsten (FPK) ontvangt jaarlijks € 62 miljoen rijksgeld o.a. voor het middensegment en bijzondere activiteiten/experimenten. Dit alles gebeurt in een aantal gevallen samen met de betrokken medeoverheden. Er is in de periode 2021-2024 vier keer € 9 miljoen rijksgeld beschikbaar voor ontwikkelinstellingen o.a. in de podiumkunsten. Daarnaast zijn er commerciële zogeheten vrije producenten.

Ook enkele toonaangevende festivals worden van rijkswege gesubsidieerd. Het FPK draagt tevens via diverse regelingen bij aan de lokale presentatie van een gevarieerd en goed aanbod: voor kernpodia popmuziek, kleinschalige en incidentele programmering op kleinere podia én reguliere programmering in grotere theaters en concertzalen. Voorts is er tijdelijke coronasteun.

Provincies handelen verschillend
Vanwege enkele uitnames uit het Provinciefonds zagen de provinciale overheden zich genoodzaakt om hun kerntaken in de cultuur nader te definiëren. Daarbij hoorde niet hun eerdere taak in de spreiding en distributie van met name de kleinschalige podiumkunsten. Desondanks subsidiëren sommige provincies nog wel in deze sector. Bijvoorbeeld gericht op het regionale belang van grote instellingen, het voorkomen van witte vlekken, het stimuleren van de maakcultuur, het bieden van praktische ondersteuning e.d.

Positie gemeenten
Gemeenten bekostigen de podiumkunsten jaarlijks met € 525 miljoen. In ons land zijn er 550 zalen en 100 stadions/evenementenhallen die volgens het CBS met regelmaat professioneel aanbod laten zien en horen. Maar ook elders vinden openbaar toegankelijke optredens plaats zoals in cafés, feestruimtes, gemeenschaps- en buurthuizen, multifunctionele en wijkcentra, kerken, aula’s en zelfs tussen de schuifdeuren. Zo vermeldt recent onderzoek bij de popmuziek in totaal ruim 2.500 speelplekken. Er zijn 45.000 banen in de podiumkunsten.

Schouwburgen en concertgebouwen
De Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties (VSCD) telt 135 grotere theaters en 14 concertgebouwen meestal met meerdere zalen. De VSCD hanteert het Theater Analyse Systeem (TAS): een online benchmark met algemene gegevens en de mogelijkheid voor onderlinge detailvergelijking door de leden. De laatste cijfers zijn over 2019. In dat jaar waren er 30.500 voorstellingen met ruim 10 miljoen bezoekers. Bij 15% van de optredens ging het om rijksgesubsidieerden. De huisvesting betreft over het algemeen rond 30% van de uitgaven. De inkomsten waren € 630 miljoen, de gemeentelijke subsidies zijn ongeveer € 284 miljoen/45%. 

Poppodia
Bij de Vereniging van Nederlandse Poppodia en -Festivals (VNPF) gaat het om 65 poppodia en 53 festivals. De VNPF heeft een Poppodium Analyse Systeem (PAS). De laatste cijfers zijn over het coronajaar 2020 met diverse gedwongen tijdelijke sluitingen. De gegevens over 2019 zijn derhalve meer representatief. De poppodia organiseerden in dat jaar 18.000 activiteiten, waarvan 66% op het gebied van muziek zowel op het eigen podium als elders in de gemeente. In totaal waren er 5,5 miljoen bezoeken, 88% van het publiek ging naar muziek. Het betrof bijna 29.000 optredens van artiesten zoals bands en dj’s. De huisvesting betreft over het algemeen rond 15% van de uitgaven. De inkomsten waren € 170 miljoen, de gemeentelijke subsidies bedroegen bijna € 38 miljoen/22%. 

Fair Practice Code en eerlijke beloning
In de culturele en creatieve sector is de Fair Practice Code sinds enkele jaren een handvat voor eerlijke beloning van werkenden, die van rijkswege wordt onderschreven en ook veel gemeentebesturen ter plaatse willen (laten) toepassen. Zij hebben echter wel directe bemoeienis met de lokale podia en de voor de medewerkers aldaar geldende Cao’s of andere regelingen voor arbeidsvoorwaarden, maar niet met de professionele makers die er optreden en vaak van buiten de gemeente komen. De schouwburgen, concertgebouwen, popzalen en andere podia maken immers zelfstandig prijsafspraken met gezelschappen, orkesten, ensembles en individuele artiesten. Maar er ligt zeker na de qua financiën moeilijke coronatijd meer dan ooit een taak voor de gemeenten om de lokale podia in staat te stellen aan de optredenden een faire betaling te bieden. Hiervoor worden o.a. vanuit het rijksgesubsidieerde onafhankelijke Platform Arbeidsmarkt Culturele en Creatieve Sector (ACCT) honorariumrichtlijnen gemaakt of geactualiseerd.

Het podium als huiskamer 
Al in 2010 verscheen een rapport met als titel ‘Beyond the black box and the white cube’. De stelling hierin was: veel theaters worden ge- en verbouwd, maar het blijven te vaak dichte dozen. Introverte en monofunctionele gebouwen of zalen die slechts een eindproduct tijdens een beperkt deel van de dag aan een beperkt deel van de bevolking laten zien. Vernieuwing moet leiden tot accommodaties die laagdrempeliger, educatiever, aantrekkelijker, veelzijdiger en zichtbaarder zijn voor het publiek. Bij podia in bredere instellingen is dat vrij gemakkelijk te realiseren. Bij gespecialiseerde podia moet daarvoor grotere moeite worden gedaan en kost het meer extra geld. Toch is er vanuit de theaters een beweging naar ‘de huiskamer van de stad’: een ruimte die je deelt met anderen, een ontmoetingsplek waar je je thuis kunt voelen. Met een deels gratis programmering bijvoorbeeld overdag, waarvan je kunt genieten ook al heb je geen geld. Openbare toegankelijkheid en lokale verbinding zijn daarbij belangrijke speerpunten.

De gemeente als podium
Sommige gemeenten gaan nog een stapje verder. Podia programmeren daar niet alleen in hun eigen vaak centraal gelegen accommodatie, maar ook in de wijken. Daarnaast zorgen podium-programmeurs en artiesten samen met de bevolking voor een stimulerend cultureel klimaat dat uitstijgt boven welk gebouw dan ook. Zoals eerder in een Cultureon-artikel gemeld is bijvoorbeeld de heropleving van de binnenstad gebaat bij het bieden van een podium, ook in de openbare ruimte, bestaande uit een mix van wonen, werken, winkels, horeca en cultuur.

Aanbevelingen voor de post-coronatijd
Op 22 februari jl. presenteerde de Podiumkunsten Alliantie bestaande uit grotere podia, gezelschappen, vrije producenten en theaterfestivals het rapport van een coronadenktank ‘Nieuw perspectief. Vijf aanbevelingen voor een weerbare theatersector.’ Men wil door samenwerking de risico’s op tekorten verkleinen met speciale aandacht voor het jeugdtheater waar de inkomsten lager zijn. Er moet om nieuw gezamenlijk beleid te kunnen opbouwen minder vaak een verandering in de voorwaarden vanuit de overheden zijn. Voortaan wil men gegevens beter gaan delen om samen het publiek beter te leren kennen en bedienen. Tijdens de coronatijd is er gestart met het online genre: dit wil men verder ontwikkelen en verankeren in het bestel. In plaats van de huidige concurrentie binnen gebieden zou er met het oog op kostenbesparing en publieksbinding meer afstemming in de regio én tussen productie en presentatie moeten komen.  Bij voorkeur te beginnen met gesubsidieerde pilots. Eerder dit jaar heeft adviesbureau Berenschot in opdracht van de VNG in de gids ‘Corona, cultuur en gemeenten deel 2’ vier mogelijke toekomstscenario’s voor de podiumkunsten gepresenteerd. Het gaat om krimp, herstel, aanpassing of vernieuwing: de realisatie daarvan is mede afhankelijk van de mate van financiële inzet door de lokale overheden.