Nog wel of nooit meer dansen na nieuwe coronasluiting?
datum 23 Dec 2021 geplaatst door Redactie

Nog wel of nooit meer dansen na nieuwe coronasluiting?

 

Een van de coronamaatregelen per 19 december is een nieuwe verplichte sluiting van 4 weken voor de cultuur. Nog maar net nadat de sector zich had aangepast aan de beperkingen van de 28e november die dicht gaan om 17.00 uur betekenden. Ondanks ruim 1,5 jaar pandemie ontbreekt het bij het Rijk nog steeds aan een lange termijn beleid op basis van scenario’s. Wordt de titel van de bundel ‘Nooit meer dansen?’ de harde werkelijkheid of komt de cultuur sterker uit de crisis? 

Op 14 december 2021 verscheen de eerste Cultuurmonitor van de Boekmanstichting. Deze laat zien dat er als gevolg van de sluitingen en beperkingen sinds maart 2020 vorig jaar een terugloop van het publiek was met bijvoorbeeld ongeveer 60% bij de musea, bioscopen en filmtheaters tot bijna 90% bij de poppodia. De inkomsten zijn ondanks steunpakketten van de overheden en de rijkscultuurfondsen ook gedaald. Naast deze directe impact heeft de coronapandemie ook ontwikkelingen die al langer in de sector spelen scherper in het daglicht gesteld. Het gaat hierbij om de kwetsbaarheid van de culturele en creatieve arbeidsmarkt gelet op de vele zzp-ers, maar ook om diversiteit en inclusie, cultuurparticipatie en de mogelijkheden voor digitalisering. Lees verder:
https://www.cultuurmonitor.nl/

Uitdagingen en kansen
Tijdens de presentatie van de Cultuurmonitor noemden de online-aanwezigen het ‘publiek’ als de moeilijkste uitdaging en ‘diversiteit’ als de grootste kans. De sector verwacht dat jongeren snel zullen terugkomen als de activiteiten weer starten. Maar ouderen zullen langer terughoudend blijven, zo was de vrees. Diversiteit realiseren blijft hoe dan ook een vereiste. In het discussiepanel werd gesteld dat de cultuur zou kunnen leren van de gamesector. Deze kent de wensen en gedragingen van zijn gebruikers heel goed en zorgt voor een daarop toegespitst digitaal aanbod, dat al begint met een online aankoop. Voorts is er door de internationale samenwerking sprake van diversiteit bij het produceren.  De verwachting is dat de toekomst van de cultuur hybride zal zijn, dus deels fysiek en deels online. Indien het publiek niet (veel) wil betalen voor het online basisaanbod, dan kunnen extra financiën gezocht worden in bijzonderheden zoals virtual reality, behind the scenes e.d. Ook een digitaal abonnementsmodel met basis- en premiumactiviteiten kan overwogen worden.

Extra cultuurgeld in Coalitieakkoord
In het Coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ van 15 december trekken VVD, D66, CDA en CU in 2022 € 120 miljoen extra uit voor cultuur en vanaf 2023 structureel € 170 miljoen. Er is daarbij aandacht voor het verbeteren van de arbeidsmarktpositie inclusief een eerlijk salaris voor de makers. Cultureel ondernemerschap wordt bevorderd.  Er komt een herstelplan om zowel professionals, instellingen als amateurverenigingen er weer bovenop te helpen en te versterken. Men geeft meer aandacht aan onze gezamenlijke geschiedenis door een bijdrage aan een Nationaal Historisch Museum en een Slavernijmuseum. De coalitie wil cultuur toegankelijk maken voor iedereen, onder andere door een goede regionale spreiding door heel Nederland en extra investeringen in cultuurparticipatie. Ook komt er een stimulans voor muziek- en cultuur-educatie op school, waaronder bezoeken aan musea. De partijen streven voorts naar een toekomstgerichte bibliotheek(voorziening) in elke gemeente. 

Cultuurinzet bij maatschappelijke opgaven
De coalitiepartijen willen in elk geval de creatieve industrie bij grote maatschappelijke opgaven betrekken. Daarnaast investeren zij in het kader van armoedebestrijding in een ‘rijke schooldag’ om de kansenongelijkheid te verkleinen. Te denken valt aan begeleiding bij huiswerk, sport en cultuur in samenwerking met plaatselijke verenigingen en bibliotheken. Er wordt begonnen bij de scholen waar de nood het hoogst is. Het akkoord stelt voorts dat een bruisende winkelstraat cruciaal is voor de leefbaarheid in dorpen en steden. Men gaat daarom samen met lokale overheden aan de slag om leegstand tegen te gaan en de samenwerking tussen retail, horeca en cultuur te stimuleren. 
Een minpunt in het Coalitieakkoord is het ontoereikende rijksgeld aan de gemeenten voor hun verplichte uitgaven in het sociaal domein met name in de jeugdzorg en de maatschappelijke ondersteuning. Hierdoor zullen zij moeten bezuinigen op andere activiteiten zoals de cultuur en kunnen zij deze sector ook minder gemakkelijk inzetten bij de lokale maatschappelijke opgaven.

Nooit meer dansen?
Medio oktober verscheen de bundel ‘Nooit meer dansen? De veilige stad in tijden van pandemie'. Het boek beoogt een reflectie te geven op de sociaal-maatschappelijke en juridische impact van de coronacrisis. Onderzoekers van de Boekmanstichting schreven een hoofdstuk over de cultuursector. Op 15 december presenteerden zij hun samenvatting vanuit 4 perspectieven. Voor de makers en instellingen gaat het om verlies van inkomsten en problemen met internationale samenwerking. Er zijn wel meer kansen gekomen voor het nationale product en de digitalisering. Bij het publiek is er de vrees dat het aanbod minder toegankelijk en duurder zal worden. De cultuureducatie op scholen is gedaald, terwijl diversiteit en inclusie op een lager pitje staan. Aan de andere kant zijn er meer mogelijkheden door de stijging van de belangstelling en de inzet van digitalisering voor een nieuw of groter publiek. Vanuit maatschappelijk perspectief kwamen door de coronasluitingen en -beperkingen de mogelijkheden om elkaar te ontmoeten, de blik te verruimen, zichzelf te kunnen uiten of ontplooien onder druk te staan. Maar de oproep om kunstenaars te betrekken bij de vormgeving van de toekomst werd groter. Iets soortgelijks geldt wanneer vanuit het perspectief van het culturele bestel naar de crisis gekeken wordt. Hierbij zijn verschillende structurele zwaktes blootgelegd, zoals de precaire arbeidsmarkt en de niet altijd optimale afstemming tussen de overheden. De (hernieuwde) constatering van deze problemen leidde tot reflectie over het anders inrichten van het culturele bestel, en op de mogelijkheid om niet alleen van de crisis te herstellen, maar er uiteindelijk ook sterker uit te komen.